GESCHIEDENIS EN HUIDIGE ORGANISATIE

Klik op de gewenste rubriek voor meer informatie:

Geschiedenis van de Kontichse brandweer

Helaas zijn er geen gegevens beschikbaar over de Kontichse brandweer van voor de eerste helft van de 18de eeuw. De eerste gegevens die we terugvinden in onze Kontichse archieven dateren uit het jaar 1745-1746, waar melding gemaakt wordt van de aankoop van een brandspuit en in 1767 werd het materiaal uitgebreid met twee lederen brandemmers. Blijkbaar moet de brandspuit uit 1746 niet aan de verwachte eisen voldaan hebben want in 1776 werd ze terug verkocht en werden er twee ladders en twaalf lederen emmers aangekocht. Voor de watervoorziening werd de "Mergelput" in de Molenstraat gebruikt, maar wellicht werd hiervoor ook de bronput op het kerkhof gebruikt en in vroegere tijden waarschijnlijk ook de "Ganzenpoel". Het toenmalige korps bestond meer dan waarschijnlijk uit "gelegenheids pompiers".

In de Franse tijd (1804) werd er een tweetalig reglement afgekondigd betreffende huizenbouw met het oog op voorkomen van brand. Tijdens de Hollandse periode (1819) werd er aan het toenmalig "Nieuw Gemeentehuis" voor het eerst gesproken van een vaste bergplaats voor de brandspuit. In hetzelfde jaar zijn er ook gegevens over een "brandreglement", interessant hierin zijn zeker de alarm meldingen die toen der tijd werden voorgeschreven. Wie brand ontdekte moest luidkeels "brand" roepen en kon hiermee zelfs een premie verdienen. Vervolgens moest de aangestelde nachtwaker het ganse dorp door rennen en het woord "brand" luidkeels blijven herhalen, samen met de vermelding van de "plaats der onheils". Bovendien moest er ook alarm geslagen worden met de kerkklokken.

In 1848 bezat onze Kontichse brandweer twee brandspuiten, 27 lederen emmers, brandhaken, hamer en enkele "piossen". Een "brandmeester" stond in voor het onderhoud van de brandspuit en het bedienen ervan ingeval van brand. Voor het eeuwige probleem van watervoorziening poogde men in 1858 een oplossing te vinden door elke gebruiker van een "zeikkarre" (soort van beerkar) te verplichten in geval van brand, deze te vullen met water en zich te begeven naar de plaats des onheils. Bovendien zou het College alle burgers belonen die zich bij "brandrampen" voor het blussen inzetten.

In 1865 kocht men een nieuwe brandspuit aan, die 400 liter per minuut gaf. De oude brandspuit werd naar onze buurgemeente Lint overgebracht. Twee jaar later in 1867 voorzag het politiereglement enkele maatregelen om branden te voorkomen. Zo diende graan-, stro- en hooimijten ten minste 20 meter van alle gebouwen te staan en 10 meter van straten en spoorwegen. Ondanks het nieuwe blusreglement van 1872 en de grote toewijding, moed en zelfopoffering van de toenmalige "vrijwilligers" is er een lange lijst van branden aan te halen in de 19de eeuw waarbij de brandweer machteloos moest toezien.

Ondertussen ging onze gemeente verder met het beter uitrusten van onze brandweer. Zo voorzag onze gemeente in 1877 een waterleiding met 5 brandkranen. In 1890 werden van de Antwerpse brandweer 50 meter "darmen" van lijnwaad en rubber gekocht. Twee jaar later beschikte onze gemeente over een volledig arsenaal "blusmateriaal", maar had nog steeds geen eigen "brandweerkorps". De "dienst der brandspuit" was nog steeds aan drie daarvoor aangestelde personen toevertrouwd en de inwoners van goede wil stonden hun steeds in hun taak bij.

Het is eigenlijk mede dank zij de pers dat "de dienst der brandspuit" stilaan uitgroeide tot een volwaardig brandweerkorps. Na een brandje in de Molenstraat werd in de krant een zeer kritisch bericht geschreven over "de gebrekkige uitrusting" van de Kontichse brandweer.

Blijkbaar was ons toenmalig gemeentebestuur daar vrij gevoelig voor want in 1903 kregen alle brandweermannen een pet en paar lederen laarzen. Bovendien kregen de brandweermannen een jaarlijkse vergoeding van 15 frank plus een extraatje voor elke brand. In 1904 volgen er twee blusapparaten en in 1905 acht lederen jassen voor de leden van de "brandweer". Jos Thys wordt aangesteld tot bevelhebber van de Kontichse brandweer. In 1913 sluit Kontich een overeenkomst met de Stad Antwerpen dat de Antwerpse brandweer ertoe verbind hulp te verlenen aan het Kontichse korps ingeval van "brandrampen".

In oktober 1913 wordt A. Verhaegen benoemd tot bevelhebber van ons 8-koppig brandweerkorps en elke brandweerman krijgt aan zijn woonhuis een geëmailleerd plaatje aangebracht woorop het woord "Pompier" prijkt. Ook in dit jaar stelt Kontich haar blusmateriaal gratis ter beschikking van Waarloos. Nieuwigheid was dat de burgemeester 0,5 frank per uur en per brandweerman diende te betalen per interventie, te rekenen vanaf het vertrek uit Kontich.

Uit een verslag aan de Duitse bezetter uit 1916, W.O. I is dan volop bezig, krijgen we een mooi beeld van de uitrusting van de toenmalige Kontichse brandweer. Het korps beschikt dan over 8 brandweermannen, en naast de nodige emmers, één met de hand bewogen zuig- en perspomp, 150 meters slangen en 2 ladders.De alarmering gebeurt door middel van de kerkklokken en het getoeter van een hoorn. MaterieŽl en manschappen werden vervoerd met "paard en kar". Binnnen de gemeentekom bevond zich overvloedig water op 3 plaatsen. Buiten de gemeenkom diende er naar water gezocht te worden. Tevens organiseert het korps drie maal per jaar een oefening en elke brandweerman krijgt nieuwe kledij en een elektrische lamp.

In 1931 na (weer eens) kritiek in de krant over de gebrekkige uitrusrting van het Kontichse brandweerkorps, naar aanleiding van een brandende verhuiswagen aan de Antwerpsesteenweg, besluit de gemeente Kontich over te gaan tot de aankoop van een "motorspuit". Deze nieuwe aankoop bracht ook een aanpassing in de organisatie en hiŽrarchie van het korps met zich mede. Ene J. Gonthier werd aangesteld als "machienman" en ene L. Jacobs 2de man enz... Leuk detail is dat de jonge brandweerman A. Olyslaegers verantwoordelijk werd gesteld om alle "makkers" bij brand op te trommelen, wat letterlijk betekende "van huis tot huis lopen tot iedereen gealarmeerd was!". Het korps telde inmiddels 12 brandweermannen.

In 1937-38 werd er een wet goegekeurd die de brandweerkorpsen in 18 gewestelijke groepen indeelt. De gewestelijke groep waaronder Kontich valt omvatte de gemeenten Edegem, Kontich, Hove, Lint, Boechout, Vremde en Waarloos. Edegem werd het hoofd van het centrum. Tevens in 1938 beschikten acht brandweermannen over een telefoonaansluiting en in 1939 werd besloten zo vlug mogelijk een alarmsysteem aan te schaffen. In 1940 tijdens de eerste maanden van de tweede wereldoorlog zal de zetel van de brandweer van lokaal "De Eendracht" overgebracht worden naar de zaal van het "Vredegerecht". Na de woelige oorlogsjaren, het korps telt ondertussen 27 brandweermannen, blijft de samenwerking met Edegem verder bestaan maar de hulp van Edegem en die van de Stad Antwerpen wordt enkel nog ingeroepen wanneer het eigen Kontichse korps de situatie niet meer alleen aan kan. Deze samenwerking loopt ook heden nog.

Einde 1949 koopt Kontich van de brandweer van Edegem haar eerste brandweer auto, een oude "Minerva" uit 1923, zeven jaar later komt daar nog een nieuwe motorpomp bij. In 1958 beschikt men over een tweede wagen, een "Chevrolet Canada", aangepast voor het trekken van een aanhangwagen er een zware brandweerwagenvan het type "Bedford".

Vanaf 1967 na de indiensttreding van bevelvoerder Frans Van De Velde, wordt het Kontichs korps uitgebreid tot 2 peletons met naast de leiding, 32 brandweermannen.

Gezien de snelle uitbreiding van onze gemeente vanaf eind jaren '60, de nieuwe woonwijken, de toenemende industriezones, het toenemend autoverkeer en de fusie in 1977 met Waarloos is ons korps ondertussen uitgegroeid tot een volwaardige brandweer-dienst. Vanaf 1977 kreeg onze brandweer dan ook zijn vaste stek in de "Witvrouwenveldstraat" waar ook nu nog steeds de brandweerkazerne gevestigd is.

Wat ooit begon met enkele lederen emmers, een paar haken, hamers, "piossen" en een handvol moedige mannen is door de jaren heen uitgegroeid tot een volwaardig, vlot en vooral efficiënt korps.

Vandaag de dag beschikt onze brandweer over drie pompwagens uitgerust met de modernste snufjes, een commandowagen, ťťn ladderwagen, een snelle interventiewagen, twee dienstwagens en drie aanhangwagen. Dit geheel van wagens en uitrusting wordt onderhouden door een beroeps-sergeant. Het korps werd geleid door Lt. Bev. FranÁois Reynders, bijgestaan door een officier, vijf sergeanten, zes korporaals en 25 brandweermannen.

Op 1 juli 2001 ging Lt. Bev. Francois Reynders op welverdiende rust. Het bevel werd overgenomen door Olt. Luc van Hoof.

Sinds maart 2005 heeft Cdt Luc Van Hoof zijn job bij Atlas Copco defenitief vaarwel gezegd en is beroeps-officier in ons korps geworden.

Wat doet de brandweer eigenlijk? Blussen ze enkel maar branden?

Neen de brandweer doet natuurlijk veel meer dan enkel het bestrijden en blussen van branden. Wat de taken zijn van de brandweer staat beschreven in het Koninklijk Besluit van 6 mei 1971.

Daarin heeft men de volgende taken aan de brandweer toegewezen:

1. Het vervoeren en verzorgen van in nood verkerende personen.
2. Helpen bij of na ontploffingen.
3. Personen uit liften bevrijden.
4. Op het dak gevluchte personen in veiligheid brengen (inzonderheid wanneer het om een zwakzinnige gaat).
5. Het bevrijden van slachtoffers onder puin bedolven.
6. Het dringend vervoeren van slachtoffers van een ongeval.
7. Het bevrijden van geknelde personen bij ongevallen.
8. Het bevrijden van geŽlektrocuteerde personen.
9. Het bevrijden van personen die onwel geworden zijn bij rioolwerken.
10. Het redden van een persoon uit een put, vijver of kanaal.
11. Het verwijderen van obstakels op de openbare weg, die een gevaar vormen voor personen en goederen.
12. Het bevrijden van personen die met ťťn of meerdere ledematen gekneld zitten tussen een machine.
13. Het ledigen van kelders ingevolge overstromingen en wolkbreuken.
14. Interventie in een gebouw bij lekkage van schadelijke gassen.
15. Interventie bij het ontsnappen van stoom in een gebouw
16. Interventie bij oververhitte verwarmingsketels.
17. Het verluchten van lokalen waar rook of schadelijke gassen zijn binnengedrongen.
18. Tussenkomst bij een vliegtuig dat in moelijkheden verkeert.
19. Interventie bij overstromingen of rampen.
20. Het neutraliseren van koolwaterstof-verbindingen of zuren.
21. Het opsporen van radioactieve bronnen die een gevaar voor de bevolking vormen.
22. Het onschadelijk maken of vernietigen van wespen- of bijennesten of zwermen die gevaar vormen voor personen.

De laatste jaren zijn er in onze gemeente vele nieuwe bedrijven bijgekomen, wat de druk op de brandweer doet toenemen.Nieuwe producten, nieuwe technologieŽn verplichten de brandweer er toe zijn manschappen steeds beter op te leiden."Oefening baart kunst", want met moed alleen komt men er niet meer.
Ook de milieuzorg rust meer en meer op de schouders van de brandweer, zoals bijvoorbeeld het opvangen van verontreinigd bluswater

ZONE RAND

Sinds 2009 kregen we via de hervormingen binnen de brandweer een duidelijker beeld over de nieuwe brandweerzone's.

Waar vroeger ons korps deel uitmaakte van de "Zone Rivierenland" werden we nu ingedeeld in de "Zone Rand".

Binnen deze zone liggen liggen 22 gemeenten:

Boechout, Borsbeek, Brasschaat, Brecht, Edegem, Essen, Hove, Kalmthout, Kapellen, Kontich, Lint, Malle, Mortsel, Ranst, Schilde, Schoten, Stabroeck, Wommelgem, Wuustwezel, Zandhoven en Zoersel.

De gemeenten in het vet beschikken over een eigen brandweerkorps of voorpost.

Zone Rand is de grootste brandweerzone binnen de Provincie Antwerpen en beschikt over de meeste vrijwillige brandweermannen. Ze omvat ook het grootst aantal gemeenten.

SNELLE ADEQUATE HULP

Het principe van de ‘snelste adequate hulp’ door de brandweer wil zeggen dat in geval van brand of ander dringend noodgeval het brandweerkorps ter hulp moet komen dat het snelst en adequaat uitgerust de plaats van onheil kan bereiken.

Dit is één van de grote principes van de hervorming van de civiele veiligheid die nu in ons land wordt doorgevoerd. Hiermee wordt afgestapt van de werkwijze waarbij die brandweerdienst uitrukte die ‘territoriaal bevoegd’ was. Welk brandweerkorps waar moet uitrukken wordt door het HC 100 bepaald. Zo dient U dus niet verbaasd te zijn wanneer je de collega's van brandweer Antwerpen Boom, Mechelen, Duffel of Edegem op ons grondgebied tegenkomt.
Uiteindelijk is het de burger (lees slachtoffer) die sneller geholpen geholpen wordt ingeval van een incident. Het geheel van SAH wordt regelmatig bijgestuurd om alle hulpverlening zo vlot mogelijk op elkaar af te stemmen.

Meer informatie? Klik hier.

 
ORGANIGRAM ACTIEVE LEDEN
 
     
 
Kapitein Van Hoof Luc
 
Lt. Van Gaver Guido
Kap. Vanhoutte Bart
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Sgt. De Jaegher Nico
1ste - Sgt. Goyvaerts Ronny
1ste - Sgt. Zagers Percy
Adj. Schols Dave
Sgt. Van Den Brande Yoery
   
 

Kpl. Hendrickx Ronny

Kpl. Van Geldorp Patrick
Kpl. De Vrij Rudy
Kpl. Crauwels Gino
 
 
Kpl. Goossens Eric
 
Kpl. Annaert Stijn
 
Bwm. Claes Johan
Bwm. Daneels Jonathan
Bwm. Boeckx Fre
Bwm. Brion Joël
Bwm. Van Leemput Michael
Bwm. Michiels Guy
Bwm. Reynders Kris
Bwm. De Laet Jaimy
Bwm. Troch Jozef
Bwv. Denie Marc
Bwm. Van Assche Tom
Bwm. Van Reeth Rikkert
Bwm. De Hert Tim
Bwm. Guldentops Wim
Bwm. Scheers Stijn
Bwm. Van Sant Kurt
 
Bwm. Van Hoof Jens
Bwm. De Herdt Danny
Bwm. Belis Danny
Bwv. Van Hoof Jenna
 
Bwm. Roothans Timothy
Bwm. Verhoft Kris
Bwm. Matthysen Koen
Bwm. Groenendijk Kristof
 
Bwm. Lansu Jannick
Bwm. Sinnaeve Jens
Van Der Heyden Johan
 
Bwm. Dure Benjamin
 
OUD GEDIENDEN
Jos Huysmans
Hugo Onzia
Raymond Patteet
Michel Van Hoof
Jos Hendrickx
Marcel Vervoort
Jozef Benoy
Henri Van Kerckhoven
Jules Verscheuren
Paul Boeckx
Wilfried Minnebach
Jozef Van Leemput
Walter Jacobs
Lembrechts Marcel
Francis Marcel
Willy Maertens
Paul Huygelen
Marivoet Alfons
 
       
IN MEMORIAM
 

2005: Lieven Beniest

2006: Roger Van Loon

2009: Paul Claes

2011: Frans Van De Velde

2012: Willy Leys

2013: Leon Van Loock

2014: Jan Van Hoof - Francois Reynders

2015: Francois Crauwels

 

 


Ga naar: Hoofdpagina Versie 2017/01/19