INFORMATIE OVER HOMMELS

Nederlandse naam: Aardhommel

Latijnse naam:
Bombus Terrestris

Nestplaats:
Grond en houtstapels

Nederlandse naam:
Akkerhommel

Latijnse naam:
Bombus Agrorum

Nestplaats:
Op de grond of in verlaten nesten

Nederlandse naam:
Boomhommel

Latijnse naam:
Bombus Hypnorum

Nestplaats:
In holle bomen en houtstapels

Nederlandse naam:
Steenhommel

Latijnse naam:
Bombus Lapidarius

Nestplaats:
Nest zit heel vaak onder stenen

Nederlandse naam:
Tuinhommel

Latijnse naam:
Bombus Hortorum

Nestplaats:
Op of in de grond

Nederlandse naam:
Weidehommel

Latijsne naam:
Bombus Pratorum

Nestplaats:
Boven de grond in vogel- nesten of kreupelhout

Informatie over hommels:

Hommels leven in éénjarige kolonies, alleen de koninginnen overwinteren. De overlevingskansen van een koningin tijdens het overwinteren is het laatste decinia toegenomen door het gebruik van isolatiematerialen in woningen. Doch overleven slechts 5 % de greep van Koning winter....

De tweede helft van maart komt de hommelkoningin uit haar winterverblijfplaats. Ze gaat dan naarstig op zoek naar de eerst bloeiende planten zoals sneeuwklokjes, crocussen, wilg en hazelaar. Hat gaat dan vooral om de nectar en het stuifmeel, de nectar bevat voornamelijk suiker die dan omgezet wordt in energie en het stuifmeel is zeer eiwitrijk wat dan weer belangrijk is voor de eierproduktie. De koningin begint dan met de bouw van de broedkamer met daarin een voorraadpotje (dit bestaat uit was afgescheiden door klieren v/d koningin). In het potje wordt nectar bewaard als noodrantsoen indien er niet kan worden uitgevlogen. In de broedkamer worden 8 to 10 eitjes gelegd, deze worden door de koningin warm gehouden. Na enige tijd komen uit het broedpaket pootloze larven. Deze worden gevoed met in nectrar gedrenkt stuifmeel. Na enkel keren vervelt te zijn, maakt elk larf een cocon en verpopt zich daarin tot werkster. In het begin van het seizoen is het aantal werksters nog erg klein, maar later komen er steeds meer "arbeidsters" die voor de verzorging van de nieuwe larven instaan. De koningin legt dan ook veel meer eieren dan in het begin van het seizoen.

Naar het einde van de zomer toe vragen enkele larven steeds meer voedsel zonder zich te willen verpoppen, met het gevolg is dat ze steeds groter worden. Uiteindelijk moeten zij zich wel verpoppen en zo ontstaat er een nieuwe generatie vorstinnen.
De mannetjes (darren) die onbevrucht ter wereld komen leveren zelf weer de zaadcellen die er voor zorgen dat volgend jaar hun dochters worden geboren. Zij verschijnen dus in de nazomer en zijn te herkennen aan de lange sprieten (antennes) op hun kop.

In België komen ongeveer twintig hommelsoorten voor, ze zijn vooral makkelijk te herkennen aan hun kleurenpatroon.
Vaak hebben hommels (net zoals bijen en wespen) een vacht met de kleuren geel en zwart. Dit zijn signaalkleuren, kleurcombinaties die eventuele vijanden moeten afschrikken. Mocht dit niet voldoende zijn dan hebben de vrouwtjes ook nog een gladde angel om zich te verdedigen.

Hommels hebben een zeer harige vacht. Hierachter blijft veel stuifmeel hangen bij hun veelvuldig bloemen bezoek. Doordat de wind steeds door hun haren strijkt, worden deze haren geladen met statische elekticiteit en daardoor wordt hun vacht één grote stuifmeelmagneet.

De eetgewoontes van hommels zijn van onschatbare waarden voor de bestuiving van planten. Gemiddels zijn hommels enkele uren langer per dag bezig met het verzamelen van voedsel dan honingbijen. Ze bezoeken dan ook twee tot driemaal zoveel bloemen.
De lengte van de hommeltongen verschillen per soort. Dit heeft tot gevolg dat er per soort andere bloemen bezocht kunnen worden. Sommige hommels bijten aan de onderkant van de bloem een gaatje om zo gemakkelijk bij de nectar te komen.

Hommels hebben een zeer harige vacht. Hierachter blijft veel stuifmeel hangen bij hun veelvuldig bloemen bezoek. (Doordat de wind steeds door hun haren strijkt, worden deze haren geladen met statische elekticiteit en daardoor wordt hun vacht één grote stuifmeelmagneet)

De eetgewoontes van hommels zijn van onschatbare waarden voor de bestuiving van planten. Gemiddels zijn hommels uren langer per dag bezig met het verzamelen van voedsel dan honingbijen en per uur bezoeken ze twee tot driemaal zoveel bloemen.
De lengte van de hommeltongen kan per soort verschillen. Dit heeft tot gevolg dat er per soort andere bloemen bezocht kunnen worden. (Want voor de ene is de nectar wel en voor de andere niet toegankelijk). Dit heeft tot gevolg dat er minder onderlinge concurrentie is. Sommige hommels omzeilen dit probleem en bijten aan de onderkant van de bloem een gaatje en zo kunnen ze gemakkelijk bij de nectar komen.

Hommel-, wespen- of bijensteken

Gewone hommels gebruiken hun angel alleen voor hun verdediging. Een hommelangel bevat ook geen weerhaken, zoals die van de bijen. Daardoor is een hommelsteek minder pijnlijk, want de angel wordt direct weer ingetrokken en zo hoeft de hommel niet te sterven

Hommels zijn een beschermde diersoort en mogen niet vernietigd worden !

Afbeeldingen uit "hommelkaart" van KNNV - Herwerkte tekst van Henk Merts (NL)

Ga naar: Hoofdpagina